Wie denkt dat voor Moesje na het afsluiten van het water op de tuin een rustige tijd aanbreekt, vergist zich. In de eerste plaats moeten er natuurlijk nog bollen geplant worden, om te zorgen dat we na de lange donkere wintermaanden straks weer iets hebben om reikhalzend naar uit te kijken. Gelukkig heeft de maand oktober – wellicht als compensatie voor de nogal verloren zomermaanden – zich dit jaar van zijn beste kant laten zien. Ook afgelopen week hadden we nog genoeg mooie dagen om dit karweitje met plezier te uit te voeren.
Niet dat ik dit jaar zo vreselijk veel bollen te planten heb. Het budget is momenteel zeer beperkt tot nihil. Ik heb me daarom ingehouden en alleen verwilderende bolletjes geplant van tulipa turkestanica, een mooi laagblijvend botanisch tulpje met een roomgele kleur, een groot geel hart en een bruinpaarse vleug aan de buitenkant van de bloemblaadjes. Ik zag foto’s in het blad Groei&Bloei en kreeg meteen een visioen van deze tulpjes tussen de zee van vergeet-mij-nietjes die zich als het goed is voor het derde achtereenvolgende jaar zal laten zien achter waar nu de moestuinbedden liggen. De hele zomer heb ik op die plek zorgvuldig alle onkruid tussen de talloze pollen blad van het vergeet-mij-nietje vandaan gewied en gisterochtend heb ik in een half uurtje samen met de kinderen de nog kale plekken tussen de pollen opgevuld met de tulpenbolletjes. Wat een leuk en verwachtingenscheppend karweitje is dat! De bollen heb ik – via Groei&Bloei – besteld bij de Hortus van de Vrije Universiteit in Amsterdam. Dat kostte me voor veertig bolletjes EUR 15,50, inclusief verzendkosten. Ik geloof niet dat ik daarmee goedkoper uit ben dan wanneer ik ze elders had besteld. Wel heb ik er bij zo’n adres vertrouwen in dat ik de bollen krijg die ik hebben wil.
Een ander najaarsklusje is het naar beneden halen en grondig schoonmaken van het nestkastje, waar ook dit jaar weer mezen in genesteld hebben. Dat is nodig om eventuele door de vogels achtergelaten ziektekiemen te verwijderen, opdat er volgend jaar weer kleine meesjes gezond kunnen opgroeien. Helaas blijft het touw waarmee het kastje naar beneden kan worden gehaald, hangen achter een tak. We hebben dus een ladder nodig, en die hebben we niet. Het is niet de eerste keer dat we constateren dat we graag een lange ladder zouden willen hebben. Natuurlijk kun je zo’n ding lenen bij familie of vrienden, maar dat is telkens een hoop gedoe en we zijn er inmiddels wel achter dat je in een grote tuin vaker een ladder nodig hebt dan we dachten. Zo moet de uit zijn verband gegroeide kers naast het tuinhuis nodig flink getopt en gesnoeid worden – een karwei dat we vermoedelijk niet in een uurtje klaren en waar beslist een ladder voor nodig is. Enfin, gezien het eerder geconstateerde gebrek aan pecunia, laten we de kers nog maar even voor wat hij is. In het voorjaar proberen we wel weer ergens een ladder te lenen; of wie weet heeft Moesje tegen die tijd weer een betaalde baan en kunnen we er zelf één kopen.
Een tuin hoeft niet duur te zijn. Planten hebben de fantastische eigenschap dat ze groeien op niet veel meer dan wat licht, lucht, water en aarde. Ze kunnen uitstekend zonder de dure liflafjes waarmee mensen zich soms menen te moeten volstoppen. Bovendien vermeerderen de meeste planten zich gemakkelijk en als ze dat niet doen, kunt u het vaak zelf doen door hun zaad te verzamelen en zorgvuldig op te kweken. Tot slot zijn er altijd nog de tuinierende vrienden die je vanzelf maakt als je enthousiast tuiniert. Met en van hen kan eindeloos worden uitgewisseld en gestekt.
Wat wel duur is, is de aanschaf van goed tuingereedschap. Ik wil niet teveel nadenken over de hoeveelheden euro’s die ik hier al aan heb uitgegeven. Onmisbaar zijn volgens mij: een goede snoeischaar, een heggenschaar, een kruiwagen, een scherpe spade, een schop met een breed blad (ook wel bats genoemd; voor het wegscheppen en verplaatsen van grond, houtsnippers, bladeren en wat dies meer zij), een hark, een bladhark, een grasmaaier, een schoffel of drietand (ik geef de voorkeur aan de laatste en gebruik deze dan nog alleen in de moestuinbedden; de grond in de rest van de tuin laat ik zoveel mogelijk met rust), een takkenzaagje of takkenschaar voor het snoeien van dikkere takken en een voorwerp voor het uitsteken van onkruid met penwortels (hiervoor bestaat een handig soort mesje waarvan ik de naam niet weet). Al met al toch een hele lijst. En oh ja, dan vergeet ik nog de ladder... Als je al deze spullen nog moet aanschaffen en je wilt gereedschap dat lang meegaat en dus van goede kwaliteit is, dan ben je een aardig kapitaal kwijt. Toch is dit absoluut noodzakelijk: er is weinig zo frustrerend als niet verder kunnen met je tuinwerk omdat je een stuk gereedschap mist. Dus mocht u, daartoe aangestoken door dit blog, van plan zijn ook te gaan tuinieren, leg dan nu alvast wat spaarcentjes opzij.
U kunt natuurlijk ook beginnen met het aanschaffen van de twee of drie meest noodzakelijke voorwerpen en dan telkens als er weer een beetje geld is, iets nieuws kopen. Als u mij nu vraagt welk gereedschap ik het meeste gebruik, dan twijfel ik tussen de snoeischaar en de spade. Er is nog nooit een dag in de tuin geweest dat ik niet ten minste één van deze twee stukken gereedschap heb gebruikt. Als u mij vraagt welk tuingereedschap ik wel in de kast heb, maar nooit gebruik, dan kan ik snel antwoorden: een klein tuinschepje. Voor de kleine graafklusjes gebruik ik mijn handen of als de grond daar te zwaar voor is toch weer de spade, want dan kan ik met het tuinschepje evenmin voldoende kracht zetten. Als u mij vraagt welk gereedschap niet per se noodzakelijk maar wel erg handig is, dan zeg ik zonder aarzelen: een bloembollenplanter. Dat is nou typisch zo’n stuk gereedschap waarvan je, als je het in het tuincentrum in de aanbieding ziet liggen, denkt: “Zou het echt iets toevoegen?” Ja, dat doet het! En voor de prijs hoeft u het deze keer eens niet te laten: voor circa EUR 5,- hebt u er één. De bollen zelf zijn vaak duurder.
Gereedschap dat wij ooit voor een fors bedrag aanschaften, maar aan het nut waarvan ik gezien de geringe frequentie waarmee het wordt gebruikt, nogal twijfel, is het boomzaagje en de takkenschaar op extra lange steel. Ik zelf ben niet sterk genoeg in mijn armen om er echt goed mee om te gaan (de steel is écht lang en dus nogal zwaar om te hanteren). Mijn man vindt het daarentegen een subliem stuk gereedschap. Ik laat graag aan u over te beoordelen of zijn mening gerechtvaardigd is of eerder een staaltje van typisch mannelijke gadget-gekte. Zelf klim ik liever op een ladder (!). Hoe het ook zij, er is in ons gezin in elk geval één persoon blij met deze ruimtevreter, dus dit dure gereedschap mag, niettegenstaande mijn twijfels, blijven. Net als mijn man overigens.
Nu ja, dan hebt u dus al dat mooie en goede gereedschap voor veel geld aangeschaft, en dan wilt u natuurlijk dat dit heel lang meegaat. Daarmee kom ik op een derde najaars-/winterklus: het schoonmaken, schuren, invetten en (laten) slijpen van het gereedschap. Dat schoonmaken zou eigenlijk na ieder gebruik moeten gebeuren, zeker van een snoeischaar. Daarmee maakt u immers wonden bij uw planten en als er op uw snoeischaar nog schimmels of virussen van andere planten rondwaren, dan… Het is dus geboden de snoeischaar na ieder gebruik te reinigen met een ontsmettingsmiddel. Hetzelfde geldt natuurlijk voor takkenschaar en heggenschaar. Voor het overige gereedschap is schoonmaken vooral van belang om roestvorming tegen te gaan. Ik zal u heel eerlijk bekennen: ik ben hier niet goed in. Dit jaar heb ik voor het eerst al mijn gereedschap mee naar huis genomen om het grondig te reinigen, te schuren en in te vetten. Een mooi klusje voor een regenachtige zondagmiddag. En als ik die betaalde baan heb gevonden, snel ik naar de ijzerboer om mijn scharen eens allemaal mooi te laten slijpen.
Dan het laatste maar niet het minste winterkarwei. Het tijdrovendste en zeker ook het leukste: het lezen van tuinboeken, doorpluizen van catalogi en maken van plannen voor volgend seizoen. Daarover binnenkort meer…