zondag 30 oktober 2011

Kosten noch moeite

Wie denkt dat voor Moesje na het afsluiten van het water op de tuin een rustige tijd aanbreekt, vergist zich. In de eerste plaats moeten er natuurlijk nog bollen geplant worden, om te zorgen dat we na de lange donkere wintermaanden straks weer iets hebben om reikhalzend naar uit te kijken. Gelukkig heeft de maand oktober – wellicht als compensatie voor de nogal verloren zomermaanden – zich dit jaar van zijn beste kant laten zien. Ook afgelopen week hadden we nog  genoeg mooie dagen om dit karweitje met plezier te uit te voeren.

Niet dat ik dit jaar zo vreselijk veel bollen te planten heb. Het budget is momenteel zeer beperkt tot nihil. Ik heb me daarom ingehouden en alleen verwilderende bolletjes geplant van tulipa turkestanica, een mooi laagblijvend botanisch tulpje met een roomgele kleur, een groot geel hart en een bruinpaarse vleug aan de buitenkant van de bloemblaadjes. Ik zag foto’s in het blad Groei&Bloei en kreeg meteen een visioen van deze tulpjes tussen de zee van vergeet-mij-nietjes die zich als het goed is voor het derde achtereenvolgende jaar zal laten zien achter waar nu de moestuinbedden liggen. De hele zomer heb ik op die plek zorgvuldig alle onkruid tussen de talloze pollen blad van het vergeet-mij-nietje vandaan gewied en gisterochtend heb ik in een half uurtje samen met de kinderen de nog kale plekken tussen de pollen opgevuld met de tulpenbolletjes. Wat een leuk en verwachtingenscheppend karweitje is dat! De bollen heb ik – via Groei&Bloei – besteld bij de Hortus van de Vrije Universiteit in Amsterdam. Dat kostte me voor veertig bolletjes EUR 15,50, inclusief verzendkosten. Ik geloof niet dat  ik daarmee goedkoper uit ben dan wanneer ik ze elders had besteld. Wel heb ik er bij zo’n adres vertrouwen in dat ik de bollen krijg die ik hebben wil.

Een ander najaarsklusje is het naar beneden halen en grondig schoonmaken van het nestkastje, waar ook dit jaar weer mezen in genesteld hebben. Dat is nodig om eventuele door de vogels achtergelaten ziektekiemen te verwijderen, opdat er volgend jaar weer kleine meesjes gezond kunnen opgroeien. Helaas blijft het touw waarmee het kastje naar beneden kan worden gehaald, hangen achter een tak. We hebben dus een ladder nodig, en die hebben we niet. Het is niet de eerste keer dat we constateren dat we graag een lange ladder zouden willen hebben. Natuurlijk kun je zo’n ding lenen bij familie of vrienden, maar dat is telkens een hoop gedoe en we zijn er inmiddels wel achter dat je in een grote tuin vaker een ladder nodig hebt dan we dachten. Zo moet de uit zijn verband gegroeide kers naast het tuinhuis nodig flink getopt en gesnoeid worden – een karwei dat we vermoedelijk niet in een uurtje klaren en waar beslist een ladder voor nodig is. Enfin, gezien het eerder geconstateerde gebrek aan pecunia, laten we de kers nog maar even voor wat hij is. In het voorjaar proberen we wel weer ergens een ladder te lenen; of wie weet heeft Moesje tegen die tijd weer een betaalde baan en kunnen we er zelf één kopen.

Een tuin hoeft niet duur te zijn. Planten hebben de fantastische eigenschap dat ze groeien op niet veel meer dan wat licht, lucht, water en aarde. Ze kunnen uitstekend zonder de dure liflafjes waarmee mensen zich soms menen te moeten volstoppen. Bovendien vermeerderen de meeste planten zich gemakkelijk en als ze dat niet doen, kunt u het vaak zelf doen door hun zaad te verzamelen en zorgvuldig op te kweken. Tot slot zijn er altijd nog de tuinierende vrienden die je vanzelf maakt als je enthousiast tuiniert. Met en van hen kan eindeloos worden uitgewisseld en gestekt.

Wat wel duur is, is de aanschaf van goed tuingereedschap. Ik wil niet teveel nadenken over de hoeveelheden euro’s die ik hier al aan heb uitgegeven. Onmisbaar zijn volgens mij: een goede snoeischaar, een heggenschaar, een kruiwagen, een scherpe spade, een schop met een breed blad (ook wel bats genoemd; voor het wegscheppen en verplaatsen van grond, houtsnippers, bladeren en wat dies meer zij), een hark, een bladhark, een grasmaaier, een schoffel of drietand (ik geef de voorkeur aan de laatste en gebruik deze dan nog alleen in de moestuinbedden; de grond in de rest van de tuin laat ik zoveel mogelijk met rust), een takkenzaagje of takkenschaar voor het snoeien van dikkere takken en een voorwerp voor het uitsteken van onkruid met penwortels (hiervoor bestaat een handig soort mesje waarvan ik de naam niet weet). Al met al toch een hele lijst. En oh ja, dan vergeet ik nog de ladder... Als je al deze spullen nog moet aanschaffen en je wilt gereedschap dat lang meegaat en dus van goede kwaliteit is, dan ben je een aardig kapitaal kwijt. Toch is dit absoluut noodzakelijk: er is weinig zo frustrerend als niet verder kunnen met je tuinwerk omdat je een stuk gereedschap mist. Dus mocht u, daartoe aangestoken door dit blog, van plan zijn ook te gaan tuinieren, leg dan nu alvast wat spaarcentjes opzij.

U kunt natuurlijk ook beginnen met het aanschaffen van de twee of drie meest noodzakelijke voorwerpen en dan telkens als er weer een beetje geld is, iets nieuws kopen. Als u mij nu vraagt welk gereedschap ik het meeste gebruik, dan twijfel ik tussen de snoeischaar en de spade. Er is nog nooit een dag in de tuin geweest dat ik niet ten minste één van deze twee stukken gereedschap heb gebruikt. Als u mij vraagt welk tuingereedschap ik wel in de kast heb, maar nooit gebruik, dan kan ik snel antwoorden: een klein tuinschepje. Voor de kleine graafklusjes gebruik ik mijn handen of als de grond daar te zwaar voor is toch weer de spade, want dan kan ik met het tuinschepje evenmin voldoende kracht zetten. Als u mij vraagt welk gereedschap niet per se noodzakelijk maar wel erg handig is, dan zeg ik zonder aarzelen: een bloembollenplanter. Dat is nou typisch zo’n stuk gereedschap waarvan je, als je het in het tuincentrum in de aanbieding ziet liggen, denkt: “Zou het echt iets toevoegen?” Ja, dat doet het! En voor de prijs hoeft u het deze keer eens niet te laten: voor circa EUR 5,- hebt u er één. De bollen zelf zijn vaak duurder.

Gereedschap dat wij ooit voor een fors bedrag aanschaften, maar aan het nut waarvan ik gezien de geringe frequentie waarmee het wordt gebruikt, nogal twijfel, is het boomzaagje en de takkenschaar op extra lange steel. Ik zelf ben niet sterk genoeg in mijn armen om er echt goed mee om te gaan (de steel is écht lang en dus nogal zwaar om te hanteren). Mijn man vindt het daarentegen een subliem stuk gereedschap. Ik laat graag aan u over te beoordelen of zijn mening gerechtvaardigd is of eerder een staaltje van typisch mannelijke gadget-gekte. Zelf klim ik liever op een ladder (!). Hoe het ook zij, er is in ons gezin in elk geval één persoon blij met deze ruimtevreter, dus dit dure gereedschap mag, niettegenstaande mijn twijfels, blijven. Net als mijn man overigens.

Nu ja, dan hebt u dus al dat mooie en goede gereedschap voor veel geld aangeschaft, en dan wilt u natuurlijk dat dit heel lang meegaat. Daarmee kom ik op een derde najaars-/winterklus: het schoonmaken, schuren, invetten en (laten) slijpen van het gereedschap. Dat schoonmaken zou eigenlijk na ieder gebruik moeten gebeuren, zeker van een snoeischaar. Daarmee maakt u immers wonden bij uw planten en als er op uw snoeischaar nog schimmels of virussen van andere planten rondwaren, dan… Het is dus geboden de snoeischaar na ieder gebruik te reinigen met een ontsmettingsmiddel. Hetzelfde geldt natuurlijk voor takkenschaar en heggenschaar. Voor het overige gereedschap is schoonmaken vooral van belang om roestvorming tegen te gaan. Ik zal u heel eerlijk bekennen: ik ben hier niet goed in. Dit jaar heb ik voor het eerst al mijn gereedschap mee naar huis genomen om het grondig te reinigen, te schuren en in te vetten. Een mooi klusje voor een regenachtige zondagmiddag. En als ik die betaalde baan heb gevonden, snel ik naar de ijzerboer om mijn scharen eens allemaal mooi te laten slijpen.

Dan het laatste maar niet het minste winterkarwei. Het tijdrovendste en zeker ook het leukste: het lezen van tuinboeken, doorpluizen van catalogi en maken van plannen voor volgend seizoen. Daarover binnenkort meer…

zondag 16 oktober 2011

End of season

En dan is het ineens alweer 'einde seizoen'. Vandaag hebben we de  hoofdkraan maar vast dichtgedraaid en de andere kranen opengezet en doorgeblazen. Twee jaar geleden waren we daar nét te laat mee, met als gevolg kapotgevroren leidingen in het voorjaar.

De zomer ging dit jaar grotendeels verloren voor het tuinwerk. In juni en juli kwamen we door trieste familieomstandigheden (en vakantie op een fijn eiland) nauwelijks in de tuin. Augustus was één grote lange regenbui. Gelukkig kregen we in het najaar nog een paar mooie weekeinden cadeau. Die zijn door manlief ijverig benut om het staketsel van wat ooit een schuurtje achter het tuinhuis is geweest, te voorzien van een nieuw dak. Kijk, dat noem ik nou hergebruik!

Moesje zelf heeft zich in de laatste weken van seizoen 2011 voornamelijk beziggehouden met het tot aanvaardbare proporties terugbrengen van de hoeveelheden onkruid in de reeds ontgonnen tuindelen. De moestuin is omgespit en ingezaaid met phacaelia, een groenbemester. En verder... nou, verder niets, eigenlijk. Alleen wat foto's die ik u niet wil onthouden.


Een vroeg herfstgevoel, veroorzaakt door de prachtige lakrode bottels van een botanische roos.


Idem dito, door de zwammen die al in augustus (!) groeiden bij het waterbakje voor de vogels.


Gelukkig was er nog wat zomergloed van de rode zonnebloemen die ik in het voorjaar gezaaid had.


Ook de moestuin droeg bij aan zonnig nazomergevoel, in fel oranje en gele tinten. Met op de achtergrond helaas net niet goed zichtbaar de vuurdoorn, die helemaal vol hing - en nog steeds hangt - met oranjegele bessen. Alsof ik het zo gearrangeerd heb!

En dan nog een favoriet, een tweejarige wildebras met schitterend silhouet. Putters zijn er dol op en dientengevolge (maar niet alleen daarom) ben ik zelf ook heel blij als ik weer ergens een rozet zie verschijnen die de volgende generatie aankondigt. De goed verstaander heeft het al geraden: de kaardebol!


Ondanks de natte zomer kijken we tamelijk tevreden terug op het afgelopen tuinseizoen. Voor wie niet weet waar we vandaan komen, mag onze 'buitentuin' nog steeds een grote wildernis lijken; wij zelf hebben gelukkig geleerd om te kijken naar wat we al wél gedaan hebben. Een moestuintje aangelegd, een schommeltoestel gebouwd, een stuk border (onder de grote eik) onkruidvrij gemaakt en beplant met diverse schaduwminnende bodembedekkers (longkruid, mansoor, varens), een boerenjasmijn en een Japanse wijnbes geplant, raapsteeltjes, tuinbonen, sla, courgettes, rode bietjes, radijsjes en Oostindische kers geoogst en gegeten, een nieuw dak op het schuurtje gemaakt. Voorwaar toch een aardige waslijst. Ik durf de hoop uit te spreken dat we volgend jaar, met kinderen die (zomaar vanzelf) weer een half jaar ouder zijn geworden en onder hopelijk gunstiger (weers)omstandigheden, een nog grotere waslijst kunnen afwerken.

Op die waslijst staan: circa vijftien nieuwe beukjes planten in wat een haag had moeten worden maar er nu voornamelijk uitziet als 'her en der een los beukje' (snif); een terras en de zandbak verplaatsen; het bestaande pad verwijderen en zodoende van twee losse stukje gras één grasveldje maken; een bamboehaagje en een gemengde haag planten en aldus het nieuwe grasveldje en het verplaatste terras aan het zicht onttrekken; het schuurtje afbouwen; een serieuze compostbak bouwen; een fruitboom planten in het grasveldje; een hoop rotzooi naar het milieupark brengen en last but not least met de kinderen een mooie speelhut bouwen.

Zo, dat staat er. U kunt reikhalzend uitkijken naar het oktoberblog van 2012. "Ennn, Pierre, zijn zij geslaagd in hun opzet??? Gaan zij door voor de koelkast???"

Om de verwachtingen alvast enigszins te temperen, zal ik tot slot nog even kond doen van de mislukkingen van dit seizoen: rabarber (te laat geoogst), snijbiet (niet opgekomen, heel vreemd), artisjok (idem, minder vreemd), engelwortel (nogmaals idem, zelfs een tweede keer gezaaid, wederom zonder succes, heel heel jammer), blauwschokkers (dat wil zeggen: ze zagen er prachtig uit, maar leverden geen substantieel eetbaar resultaat op), bosui (wat ik daar nou toch verkeerd gedaan heb? te dicht gezaaid?).

En ik ga u lekker niet vertellen welke plannen voor 2012 er ook al op ons lijstje voor 2011 stonden...

maandag 6 juni 2011

In vervulling

Ha! Zei ik gisteren iets over verse tuinboontjes en niet kunnen wachten?

zondag 5 juni 2011

Juni: onkruidmaand

Zucht. Een week niet op de tuin geweest en het onkruid staat huizenhoog. Het kleefkruid is koning dit jaar. Wat een rare, slonzige plant is dat! Hij groeit of zijn leven ervan af hangt (en dat is ook zo) maar een beetje fier rechtop staan, ho maar. En als hij nou nog een leuk bloempje produceerde. Maar nee, hij hangt maar zo'n beetje charismaloos en lamlendig rond tussen en over de andere planten. Een sloddervos en een nietsnut, dat is het.

Dan liever de bloeiende capucijners (Blauwschokkers). Ik weet nu waarom ze zo heten: wat een schitterende blauwe peulen! Eigenlijk zijn ze auberginekleurig, maar 'Auberginekleurige schokkers' bekt niet lekker, dat snap ik ook wel.


Ook de bloemen van deze plant zijn prachtig.


Jonge capucijners schijnen heerlijk te zijn. Ik heb ze nog nooit gegeten. Maar ook als ik er niets aan blijk te vinden, weet ik nu al: deze zaai ik volgend jaar weer, zo mooi vind ik ze! Als iemand nog een truc weet om de planten op een mooie manier omhoog te leiden, houd ik me aanbevolen.

Nog een peulvruchtanekdote: de tuinbonen zitten bomvol met zwarte luis. Gelukkig zag ik er ook een hoop lieveheersbeestjes - de enige natuurlijke vijanden van luizen - op rondscharrelen, dus ik maakte me niet veel zorgen.


Mijn lieve Marokkaanse tuinoverbuurman schrok zich echter een hoedje toen hij de luizen zag en bood onmiddellijk aan om voor me te spuiten. Waarop ik mij weer een hoedje schrok. Ik wist niet hoe snel ik zijn vriendelijk bedoelde aanbod af moest slaan! Heb ik nu een interculturele overtreding begaan? U weet wel, zoiets als het afslaan van een kopje thee in een land waar zo'n weigering als uiterst onbeleefd wordt gezien. Hoe het ook zij, ik wil best een kopje thee drinken met mijn Overbuurmarokkaan, maar die spuit laat hij maar fijn thuis. Trouwens, inmiddels zitten er flinke peulen aan de planten. Binnenkort de eerste verse tuinboontjes, ik kan niet wachten!

Afgelopen weekend een boerenjasmijn en een Japanse wijnbes geplant in de 'border' onder de grote eik. Nee nee, nou niet meteen beginnen over onvoldoende zon en niet inheems. De plek waar ik ze geplant heb, krijgt een groot deel van het jaar heel veel zon. Alleen rond de langste dag, als de zon op zijn hoogst staat, iets minder. Wat dat niet-inheems betreft: u hebt helemaal gelijk. Ik probeer in het tuintje van Moesje inderdaad zoveel mogelijk planten te gebruiken die in deze omgeving thuishoren. Niettemin: de neus wil ook wat (boerenjasmijn, is er een heerlijker geur denkbaar?!) en de mond soms ook (lekker hoor, die Japanse wijnbesjes, en nog leuk om te zien ook). Van alleen maar vlier en lijsterbes wordt het een saaie boel. Bovendien, insecten vinden de Japanse wijnbes een fijne plant, dus wat zeurt u nou?

Met de zending van Plantentuin Esveld, bestaande uit longkruid, mansoor, Zeeuws knoopje en twee soorten varens, is de 'eikenborder' nu redelijk compleet. In deze border stonden al hemelsleutel, herfstaster, een lelie, een tweetal niet nader gedetermineerde heesters (het determineren van heesters behoort (nog) niet tot mijn specialiteiten), mijn geliefde akelei en een dot schoenlappersplanten, alles geërfd van mijn voorganger. Oh ja, en dan staat er natuurlijk nog de blauwe regen, vorig jaar vlak naast de eik geplant met de bedoeling dat hij zichzelf daarin omhoog gaat werken, zodat we over een paar jaar een bloeiende eik hebben. De blauwe regen had het zwaar, dat eerste jaar, maar lijkt nu toch goed aan te slaan en windt zijn eerste stengeltjes om de stam van zijn vriend de eik. Ik verwacht dat hij volgend jaar echt de hoogte in gaat. Met deze beplanting (en hopelijk iets meer regen dan we tot nu toe hebben gehad) zal de eikenborder, waar nu nog te veel zwarte aarde zichtbaar is naar mijn smaak, wel snel vol zijn. In het najaar wat bollen erin voor de kleuraccenten en dan voorjaar 2012 eens kijken of ik het geheel een beetje smaakvol vind. Leuk hoor, dat tuinieren! Het is eigenlijk een soort 'slow painting'. Als het schilderij bevalt, zal ik volgend jaar een kleine expositie houden op dit blog.

Het beloofde diertjesblog laat even op zich wachten. Er is telkens zoveel te vertellen, en er is zo weinig tijd. Ik wil u ook nog veel meer vertellen over biologisch tuinieren (hoe houd je slakken en ander gespuis in toom? hoe zorg je dat je planten voldoende voedingsstoffen krijgen?) en over een hip nieuw (tuin)begrip: permacultuur. Mooie onderwerpen voor in het najaar, als de eerste stortbuien mij tot rust, inkeer, terugblikken en beschouwing dwingen. Nu moet er nog gewerkt worden, voordat de (on)kruiden ons boven het hoofd groeien - en genoten, voordat alles weer is uitgebloeid. Tot snel!

dinsdag 24 mei 2011

Tussendoortje


Met nu en dan een buitje en af en toe veel zon trek ik me deze dagen ongans aan het onkruid. Verder valt er niet veel te melden. Grote projecten blijven door drukte en zorgen even liggen en ik ben in afwachting van een zending vaste planten van Plantentuin Esveld. Een paar foto's van al wat groeit en bloeit en telkens weer boeit in het tuintje van Moesje, wil ik u echter niet onthouden.


De vuurdoorn die ik vorig jaar rücksichtlos gesnoeid heb, tot er nog slechts een kaal stammetje met een paar zijtakjes over was, is nu prachtig compact en bloeit als een dolle. De bijtjes en hommels zoemen mij dankbaar toe als ik hem passeer.


Akelei, één van  mijn favoriete planten, vooral in deze kleur.


Ieder jaar opnieuw zaait zich in het tuintje van Moesje het vingerhoedskruid. Prachtig om te zien en de hommels zijn ook hier dol op. Helaas is het giftig en dus zie ik me genoodzaakt het langs het pad zoveel mogelijk uit te trekken, vanwege de vele grijpgrage kinderhandjes. Alleen de exemplaren die wat meer naar achteren staan, mogen blijven.


Deze roos (helaas weet ik de naam van de variëteit niet) staat eigenlijk niet in het tuintje van Moesje, maar in die van haar tuinburen, net naast de tuingrens. Ieder jaar weer ben ik onder de indruk van de bloemen met een doorsnede van ruim tien centimeter in een prachtige kleur rozerood. Ik heb er nu denk ik al een dozijn foto's van op mijn harde schijf staan. ;-)


Tja, de puntwederik. Er zijn mensen die het onkruid vinden. Hij heeft inderdaad enigszins de neiging om te woekeren, maar ik geniet telkens weer van die honderden knalgele bloemetjes. Je kunt ook zeggen dat deze plant gewoon niet moeilijk doet. 'Onkruid' is tenslotte een relatief begrip.


Volgens mij een variëteit van duizendknoop (persicaria bistorta superba?) met een of ander soort kamille. De duizendknoop stond, net als het vingerhoedskruid en de puntwederik, al in het tuintje van Moesje toen ik het overnam en woekert ook een klein beetje, maar niet op een manier die niet eenvoudig onder controle te houden is. Ieder jaar krijg ik van bezoekers weer bewonderende uitroepen over dit 'onkruid' waar ik niets voor heb gedaan en niets voor hoef te doen.;-)


Weer een roos, maar van een heel ander type. Dit is rosa moyesii 'Geranium', een enkelbloemige die onderdeel uitmaakt van het haagje van rozen dat ik heb geplant tussen de buurtuin en het tuintje van Moesje. Toen ik mijn tuinbuurvrouw voor het eerst ontmoette, was ik er snel achter dat zij, net als ik, drie kinderen heeft, waarvan de jongste twee even oud als mijn oudste twee. Dat trof mooi! Meteen besloten wij gezamenlijk om in het hekje van gaas tussen de twee tuinen een 'Jip en Jannekegaatje' te knippen, zodat de kinderen vrijuit tussen de tuinen heen en weer konden gaan. Na enige tijd heb ik het hele hekje maar verwijderd (want lelijk) en besloten om langs de grens beplanting aan te brengen waar je nu weer eens wel, dan weer helemaal niet makkelijk doorheen of overheen kunt kijken. De twee tuinen lijken daardoor nu samen één geheel te vormen.

De roos hierboven wordt vrij hoog (2 tot 3 meter), net als de twee andere rozenstruiken die ik heb besteld bij biologische rozenkwekerij De Bierkreek: rosa 'Kathleen' en rosa glauca (hieronder afgebeeld). Samen zullen zij een ondoordringbare doch heerlijk geurende afscheiding gaan vormen tussen ons zitgedeelte en dat van de buren. Het zijn alledrie enkelbloemige rozen, wat veel voordelen heeft. Enkelbloemigen geuren namelijk over het algemeen sterker en produceren meer nectar, wat weer aantrekkelijk is voor bijen en vlinders.


Tot slot nog een foto van een klassieker: de (hang)geranium of pelargonium.


Dit is wat de meeste mensen zich voorstellen bij een geranium. Terwijl de 'echte' geranium of ooievaarsbek er toch heel anders uitziet en - in tegenstelling tot de pelargonium - meerjarig is. De pelargonium echter is de 'geranium' waar mensen spreekwoordelijk achter gaan zitten als ze met pensioen gaan. Voor mij zou het niets zijn, dat zitten achter zo'n pelargonium, maar dat neemt niet weg dat ik deze vrolijke zomerbloeier ieder jaar weer aanschaf omdat hij zo mooi kleurt bij de rode verf op de daklijsten van ons tuinhuis.

Tot binnenkort. Geniet van dit droge, maar mooie voorjaar!

p.s. Terwijl ik een eind brei aan deze aflevering van mijn blog, wordt er aangebeld: de zending van Plantentuin Esveld. Joepie, vanmiddag plantjes ingraven! Wordt vervolgd.

vrijdag 13 mei 2011

The sunny side of life

Whether your sunglasses are off or on, you only see the world you made - John Hiatt

Het aanhoudende droge weer heeft in delen van Nederland al geleid tot een sproeiverbod. Boeren klagen dat de gewassen niet hard genoeg groeien. Mensen met hooikoorts snakken naar een paar dagen regen.

Hoewel ik zelf veel last heb van hooikoorts, vond ik het droge en zonnige weer van de afgelopen weken – zachtjes uitgedrukt – wel lekker. De koperen ploert mag mij tot zijn aanbidders rekenen zolang hij de temperatuur niet boven de 25 graden Celsius laat uitkomen. Daarboven wordt het mij al snel te heet onder de voeten. De maand april van dit jaar was voor mij dus prima. Het lekkerst vind ik het echter, als onze goudgerande vriend zich laat vergezellen van een frisse bries, zoals de afgelopen dagen. Genieten en werken zonder zweten, het toppunt van geluk!

Ideaal voorjaarsweer of veel te droog: het is maar welke (zonne)bril je op zet. Voor u, als trouw lezer van dit blog die dagelijks reikhalzend uitkijkt naar nieuwe berichten uit het tuintje van Moesje, heeft de aanhoudende droogte natuurlijk een groot nadeel. Als de zon zich van zijn uitbundigste kant laat zien, wil ik namelijk alleen maar buiten zijn. Hup, achter die computer vandaan! Een blog schrijven zit er niet in; het buitenleven lonkt. Werken en genieten: wroeten in de aarde, het tuinhuis van stof ontdoen, spelen in het gras, lunchen onder de parasol!

Vooral dat laatste is in de afgelopen weken veelvuldig gebeurd in het tuintje van Moesje. De verhouding genieten en werken was enigszins uit balans - in het voordeel van genieten. En dat is maar goed ook. Immers, daar was het om te doen toen ik mijn tuintje ‘kocht'. Ik had Italiaanse taferelen voor ogen: een lange houten tafel, gedekt met een fleurig kleed en schalen vol salades, pasta’s, soep en watermeloen. Kwetterende kinderstemmen en twinkelerende vogelkeeltjes op de achtergrond. Met een goed glas wijn dit alles gadeslaan en diepzinnige gesprekken voeren met vrienden over het leven, de liefde en literatuur.

Ik geef toe, de werkelijkheid staat wel een stukje af van het hierboven beschreven plaatje. Die lange houten tafel is voorlopig nog gewoon het foeilelijke plastic geval dat er al stond toen we de tuin overnamen. De schalen vol salades, pasta’s en soep zijn een plank boterhammen met kaas en hazelnootpasta en het glas wijn is meestal een beker melk of een kan water of aanmaaklimonade.

 
 
Het grootste genot wordt echter niet veroorzaakt door de ingrediënten van de maaltijd - of die nu zuinig Hollands of frivool Italiaans zijn - maar door de overige kenmerken van het ideaalplaatje, die wél blijken te kloppen. Het is waar: vogelkeeltjes piepen, tjilpen en flierefluiten dat het een lieve lust is, vlinders fladderen rond, de kinderen spelen zich suf, de hele tuin staat in bloei


en wij kijken toe, praten met vrienden (meer over koetjes en kalfjes dan over diepzinnige zaken, maar vooruit, dat laatste kan in de winter ook nog wel) en werken af en toe wat. Wat wil een mens nog meer? Dat er meer dan een maand niet geblogd is, moet u maar op de koop toe nemen.

Trouwens, we hebben in de afgelopen anderhalve maand ook nog wel iets tot stand gebracht, letterlijk:


Ons prachtige schommeltoestel staat eindelijk fier overeind. Manlief heeft het op een stralende zaterdag in elkaar gezet, met veel hulp van buurmannen Rick en Michel (dank, heren!). Misschien dat de tuinbuurkinderen nu ook eens in bij ons in de tuin komen spelen, in plaats van andersom.

Ook het moestuintje laat zich niet onbetuigd. Na een kleine twee weken van uit-de-grond-kijken onzerzijds, piepten zowaar de eerste kiemblaadjes boven de grond uit.


Ongeveer twee weken later was al te zien welke groenten er bij de verschillende kiemblaadjes horen. Bovenaan de raapsteeltjes, onderaan kropsla (net verspeend en dus nog wat zielig), ertussenin een rijtje enkelbloemige afrikaantjes, tegen aaltjes.


En nog eens twee weken later hadden we onze eerste oogst: verse raapsteeltjes. Verrukkelijk in een voorjaarsstamppotje met jonge kaas!


Ondertussen houdt het mooie weer aan en groeit ons zaaigoed verder. Van de droogte trekt het zich niet veel aan. We sproeien wel (hier mag het nog), maar niet te veel: één, hooguit twee keer per week. Hieronder het bed met (van boven naar beneden) rode bietjes, radijsjes en bosuitjes. Het naastliggende bed  is nog grotendeels leeg. Daar gaan we eind mei de courgetteplanten in zetten die we vandaag in margarinebakjes gezaaid hebben. De bakjes hebben we onder glas gezet om het zaad voor te laten kiemen.


Het bed met peulvruchten (achteraan op de foto hieronder) begint er ook mooi uit te zien. Links capucijners (Blauwschokkers) en rechts tuinbonen.


Als toegift een paar foto's in close up. Bovenaan kropsla Wonder der Vier Jaargetijden, daaronder Oostindische kers, waarvan de prachtige bloemen in gele en oranje tinten eetbaar zijn - heerlijk door de sla!



In het volgende blog iets meer over biologisch tuinieren en biodiversiteit: wat doen wij om zoveel mogelijk leven in onze tuin te krijgen en te houden?

dinsdag 22 maart 2011

Wie zaait, zal oogsten

Het heeft even geduurd, maar hier ben ik dan weer. De maand maart is een beetje een lastige maand om te bloggen. Is het u wel eens opgevallen dat er relatief veel mensen jarig zijn in maart? Hoe dat komt, is niet zo moeilijk te raden. Wie zaait...

Ik klaag niet, hoor. Ik ben zelf medeschuldig. Mijn hoogsteigen dochter is gezaaid in juni en dus geoogst in de mooie maand van maart. Ze wordt deze week vier. Een heuse mijlpaal, want naar school. En dat zullen we weten! Van 's ochtends vroeg tot 's avonds bedtijd kakelt ze tegen wie het maar horen wil (of niet, dat zal haar een zorg zijn) aan één stuk door over haar bijna verworven nieuwe leeftijd, over het feit dat ze al aan het wennen is op school en over de feestjes die haar deze week allemaal te wachten staan. Heel gezellig, echt! Hooguit een tikje vermoeiend.

Ik zal eerlijk zijn: ik had me bijna net zo verheugd op haar schoolgang als zijzelf. Het is een dotje, serieus, dat zie je meteen als je haar ziet. Maar ik heb nou eenmaal niet zo heel erg veel met de peutertijd. Drie jaar? Ja, leuk! Dat wil zeggen: als het een kind van iemand anders is. Beduidend minder leuk als het je eigen kind betreft. Man man man, wat moeten er in dat vierde levensjaar een hoop grenzen opgezocht (en gevonden) worden. Nee, ik zou best een stuk of zes van die schatjes willen hebben, maar dan alleen als de volgende drie exemplaren af-fabriek worden geleverd, wat voor mij zoveel betekent als: zindelijk, goed slapend en met enig gevoel voor de juiste menselijke verhoudingen.

Goed, ik had me dus nogal verheugd op de schoolgang van dochterlief. Vanaf het moment dat zij vier jaar zou worden, zou ik een groot deel van de dag nog maar één kind thuis hebben, en wat stelt dat nou helemaal voor?!

Ik was even vergeten hoe intensief die beginperiode op school is - voor zo'n kind én voor de ouders. Alles nieuw, ontzettend veel indrukken. Het eind van de dag is ineens weer hetzelfde als het eind van het Latijn, een fenomeen dat we met deze dame al enige tijd ontgroeid dachten te zijn. In dit geval met de 'kleine' bijkomstigheid dat mevrouw naar een andere school gaat dan onze oudste (een situatie die hopelijk na de zomervakantie gewijzigd zal zijn, omdat ook hij dan naar de nieuwe school gaat) en dat moeders nu dagelijks de dubbele hoeveelheid fietskilometers maakt. Plus: met zoveel nieuwigheid zijn alleen de ochtenden voorlopig meer dan genoeg voor onze jongedame. Met andere woorden, mijn dagen zijn - zoals iedereen met enige ervaring op dit vlak dan wel met enige fantasie zich kan voorstellen - nog verbrokkelder dan ze al waren.

Nogmaals, ik klaag niet. Ik licht alleen even toe waarom ik nog niet had geblogd over wat toch wel beschouwd mag worden als een van de belangrijkste tuinmomenten van het jaar: het zaaien.

Eergisteren kwamen ze binnen:


En gisteren heb ik gezaaid. Nog niet alles, maar wel: tuinbonen, raapsteeltjes, kropsla (Het Wonder der Vier Jaargetijden) en grote engelwortel. Deze week wordt krap, maar uiterlijk volgende week volgen de capucijners (Blauwschokkers), nog meer kropsla (Twellose Gele), radijsjes en bosuitjes. Mijn eerste eigen moestuinzaaisels!

Hieronder wat impressies van het werk dat in de afgelopen weken - tussen alle verjaarsbedrijven door - is verricht.

Verbrokkelde dagen leveren verbrokkelde arbeid. Na de eerste sessie:


Na de vierde sessie:


Na het zaaien (vijfde sessie):


Zo onthouden we waar we gezaaid hebben (nog niet van alle gemakken, maar gelukkig wel van creativiteit en een behulpzame zoon voorzien):


De paadjes tussen de bedden zijn - ontzéttend duurzaam - gemaakt van gehakseld hout van populieren die door de gemeente vorige zomer zijn gekapt (ook al, zie vorige blog). Het hakselhout lag in een grote berg vlakbij het tuinencomplex. Fluks een paar keer met de bakfiets op en neer gegaan. Wie wat bewaart, die heeft wat...

Ik houd u op de hoogte van de voortbrengselen onzer noeste arbeid.